Home

Hallo ICCO, enkele vragen.

Blijven jullie onrust zaaien in de Filippijnen?

Zijn de netwerken van de in Nederland verblijvende terrorist Jose Maria Sison nog steeds bij jullie activiteiten betrokken? Heeft Ben Knapen jullie 382.538.991 euro aan gemeenschapsgeld gegeven voor dit soort activiteiten?

http://www.icco.nl/en/news/news-overview/news-item/en/2658/rekindling-hope-for-rural-reform-in-the-philippines 

http://twitter.com/#!/iccotweet/statuses/159607979224731649

Ik denk dat het in januari 2012 wederom nodig is om voor de Nederlandse burger het een en ander over jullie op te rakelen waarover ik in het jaar 2000 als het nodige schreef.

"WETENSWAARDIGHEDEN" nummer 4, september 2000

DE GULLE HAND VAN ONS VADERLAND 

Nederlanders staan bekend om hun gulle hand voor goede doelen. Via tv-programma's en pagina grote advertenties worden we geïnformeerd over het hoe en waarom. Schokkende beelden en trieste verhalen moeten ons daarbij over de streep trekken. Miljoenen guldens stromen binnen en vinden via allerhande hulporganisaties (gedeeltelijk) hun weg naar rampgebieden, al dan niet in de Derde Wereld. We zijn geïnformeerd en weten (meestal) waaraan we geven.

Wat we meestal niet weten is de wijze waarop allerhande hulporganisaties met gulle hand onze verplichte bijdrage - belastinggeld, de ontwikkelingshulp - besteden.

In deze Wetenswaardigheden richten we de schijnwerper op de Filippijnen. Een actueel en een sprekend voorbeeld. De ellende in dat land wordt mede door een niet onbelangrijk deel van onze ontwikkelingshulp in stand gehouden.

Het is al meer dan twintig jaar dat de rebellen financieel steun ontvangen vanuit Nederland.

De doos van Pandora. Leest u mee.

Peter Siebelt

IN HOLLAND STAAT EEN HUIS

Ja, in Holland staat een huis, van je fiedela-fiedela-hop-sasa; een huis van waaruit al jarenlang leiding wordt gegeven aan communistische opstandelingen op de Filippijnen! Het staat in Utrecht!

Eerst vonden de activiteiten alleen plaats op een hoek in de oer-Hollandse Korte Jansstraat en later, wegens subsidieperikelen, verspreid over meerdere panden in de stad. Mede door toedoen van haar bewoners/gebruikers zijn er honderdduizenden onschuldige slachtoffers gevallen en huizen honderdduizenden vluchtelingen in opvangkampen. Nederlanders en Filippijnse asielzoekers gebruiken de panden al jarenlang als uitvalsbasis voor hun dubieuze activiteiten.

Aan geld géén gebrek. Uit rapportages van de Nederlandse overheid en allerhande Nederlandse (hulp) organisaties blijkt dat honderden miljoenen guldens Nederlands belastinggeld terecht komen bij hun netwerken. Diverse opeenvolgende Filippijnse regeringen klaagden over deze Utrechtse Filippino's bij Den Haag maar kregen nul op hun rekest. De Nederlandse overheid heeft namelijk boter op haar hoofd. Kamervragen en negatieve publicaties in de media worden door sympathiserende politici, ambtenaren en activisten omzeild en kritische politici, journalisten en instellingen worden om de tuin geleid. Op deze wijze wordt het Nederlandse volk 'onwetend medeplichtig' gemaakt aan een niets ontziende machtsstrijd in de Filippijnen..

ONWETEND MEDEPLICHTIG

Wanneer je tien Nederlanders vraagt "wat weet u over de Filippijnen" is bij negen schouderophalen het enige antwoord. Dit roept de vraag op welk mandaat de Nederlandse overheid meent te hebben om honderden miljoenen guldens subsidie te verstrekken aan een netwerk van organisaties die direct en indirect verantwoordelijk zijn voor honderdduizenden onschuldige slachtoffers.

Een miljoenenstroom aan subsidies gaat naar allerhande illegale en legale projecten voor bijvoorbeeld vrouwen-, boeren-, vakbond- en milieu-organisaties en komt op die wijze in de invloedssfeer van de opstandelingen terecht. Onze zogenaamde ontwikkelingshulp wordt een soort bloedgeld.

Waarom zoveel betrokkenheid bij de Filippijnen? Een korte terugblik.

 

YANKEE GO HOME.
 

De Filippijnse relatie met het Westen stamt uit 1521 toen de eerste Spaanse conquistadores het land binnendrongen en er in 1648 een Spaanse kolonie van maakten. 250 Jaar later verkoopt Spanje de Filippijnen aan de Verenigde Staten voor twintig mil­joen dollar. Na de Tweede Wereldoorlog worden de Filippijnen, op 4 juli 1946, een onafhankelijke staat. De Verenigde Staten krijgen een aantal speciale rechten waaronder het recht om militaire bases te vestigen in de Filippijnen. Drie jaar later, eind 1949, wordt de politieke wereldkaart drastisch gewijzigd. De Sovje-Unie heeft haar eerste atoombom tot ontploffing gebracht en in China hebben de communisten onder leiding van Mao Tsetoeng de macht overgenomen. Samen met de Sovjetleider Stalin sluit Mao een vriendschapsverdrag en scheppen zij een communistisch wereldverbond. De koude oorlog tussen het Westen en de Oostbloklanden krijgt er in Azië een tweede front bij.

Rondom het Filippijnse gebied beginnen de spanningen op te lopen. In Indonesië leveren Nederlandse troepen slag met de Indonesische nationalisten van Soekarno. Korea wordt in tweeën verdeeld in een communistisch en niet-communistisch gedeelte en later gebeurt in Vietnam hetzelfde. De Amerikanen zijn militair in groten getalen in de zuidelijke gedeelten vertegenwoordigd en de Russen en Chinezen in de noordelijke.

In 1950 lanceert het Noord-Koreaanse leger met steun van de Russen en Chinezen een verrassingsaanval op het zuiden van Korea en is de (koude) oorlog in het Aziatische gebied een feit.

Ook in de Filippijnen wordt een communistisch front geopend. De Filippijnse communisti­sche partij (PKP) en haar guerrillaleger (Huks) beginnen gewapende acties tegen de Filippijnse regering. Ze falen en zijn in 1952 van het toneel verdwenen, voornamelijk vanwege hun anti-kerkelijke opstelling. Ze krijgen geen steun van de bevolking die voor 90 procent christe­lijk is. Zowel de Amerikaanse als de Filippijnse regering zijn geschrokken. Om de communistische dreiging in te dammen komen beiden overeen dat de Verenigde Staten formeel het recht krijgt om militair in te grijpen voor de 'wederzijdse verdediging'. Niet alleen in de Filippijnen zelf maar ook in de regio. De Amerikaanse bases in de Filippijnen worden uitgebouwd tot de belangrijkste in de regio. Vanuit een bases, de luchtmachtbases Clark Air Base, stijgen de B-52's op voor hun bombardementen op Noord-Vietnam.

Dit is voor het internationale communistische netwerk en hun loopjongens de voornaamste reden om opnieuw te gaan bouwen aan een netwerk tegen de Filippijnse regering en vooral tegen de Amerikaanse aanwezigheid in dit land. Intussen vinden in Nederland de welbekende Vietnam demonstraties plaats.

'GOD ZIJ MET U'

1965 is een roerig jaar. In Indonesië wordt Soekarno afgezet en komt Soeharto aan de macht en in de Filippijnen wordt de advocaat en politicus, Ferdinand Marcos, de nieuwe president. Beide treden met harde hand op tegen de communisten in hun land en worden binnen de kortste keren door velen als dictators beschouwd.

Ook in West-Europa 'schuiven de panelen.' Vooral binnen de kerken. De bevrijdingstheologie steekt de kop op. De belangrijkste grondleggers zijn de Spanjaard José Mariá Diez Alegria, de Zwitserse priester Hans Küng, de Belgische priester François Houtart en, jawel, de beruchte Hollandse Dominicaan Eduard Schillebeeckx. Zij baanden niet alleen de weg voor het marxisme binnen de Europese kerken maar ook elders in de wereld, zoals in de Filippijnen. Mede door hun invloed leren de communisten een lesje. Zagen zij voorheen het geloof als "opium voor het volk", nu nemen ze de nieuwe moraal van de kerk over om van hieruit een campagne van terreur en geweld in de naam van Christus (de "Bevrij­dingstheolo­gie") te leiden.

Een aardige bijkomstigheid is dat Houtart voorzitter is van de Association Belgique-(Noord)Vietnam en lid van de World Peace Council een mantelorganisatie van de voormalige Russische KGB.

In dat zelfde jaar 1965 gaat een van de huidige leiders van het National Democratic Front (NDF) in Utrecht, de ex-priester Luis Jalandoni, bij de Spaanse bevrijdingstheoloog Alegria in Rome studeren. Van hem krijgt Jalandoni de beginselen van de (marxistische) bevrijdingstheologie geleerd. Jalandoni's priester-collega, Ed de la Torre, zal zijn voetsporen volgen. Hij wordt onder de hoede genomen van de Belg Houtart.

De la Torre groeit uit tot de belangrijkste 'bevrijdingstheoloog' in de Filippijnen. Hij brengt het marxisme binnen de Filippijnse kerken. Samen met Jalandoni richt hij de "Christians for National Liberation" (CNL) op. Deze organisatie zou later het NDF oprichten. Voor een groot aantal Filippijnse priesters, zusters en ander kerkpersoneel zijn hij en Jalandoni het lichtend voorbeeld om betrokken te zijn bij de opstandelingen. Later zal Jalandoni met een van hen, de radicale non Sister Coni Ledesma, in het huwelijk treden.

Behalve binnen de kerken weten de opstandelingen door te dringen tot strategische posities binnen de vakbeweging, boeren- en studentenorganisaties. Zo weten zij een breed boven- en ondergronds netwerk op te bouwen.

Op 26 december 1968 komen de communisten opnieuw tot leven. Onder leiding van de -nu in Nederland verblijvende- Maoïst Jose Maria Sison wordt de Filippijnse Communistische Partij CPP (her)opgericht en drie maanden later haar gewapende tak, het Nieuwe Volksleger NPA. De bloedige oorlog kan beginnen.

Een andere belangrijke gebeurtenis vindt plaats in het voorjaar van 1973. Dan wordt de belangrijkste koepel van het opstandelingennetwerk, het Nationaal Demokratisch Front (NDF) opgericht. Nederlandse supporters zijn hierbij aanwezig. Sison, Jalandoni en De la Torre zijn de belangrijkste grondleggers. De communistische partij, haar gewapende tak en organisaties van boeren, arbei­ders, jongeren, christenen, vrouwen, onderwijzers en gezondheidswerkers sluiten zich aan.

Alhoewel het al jarenlang categorisch door Nederlandse activisten word ontkend, zijn zij degenen die het NDF-netwerk in staat stellen om hun opstand gaande te houden. Het zijn onder anderen volgelingen van Edward Schillebeekcx, zoals de Nederlandse karmeliet Edgar Koning en de rooms-katholieke priester Jan Schrama die in Nederland de basis leggen voor het International NDF kantoor in Utrecht. Beide hebben in de Filippijnen gewerkt waar zij nauwe contacten onderhielden met het NDF-netwerk. Jan Schrama was missionaris van het Heilig Hart in de Filippijnen en Edgar Koning was daar werkzaam op een school toen in 1973 het NDF werd opgericht. Beiden kenden Ed de La Torre en Jalandoni goed. 

Schrama, Koning en een aantal anderen namen in de zomer van 1975 het initiatief voor de oprichting van een Europees NDF-netwerk. De eerste bijeenkomst was in de Utrechtse Raadskelder en was tevens het moment van oprichting van de Nederlandse mantelorganisatie van het NDF, de Filippijnen Groep Nederland (FGN). Hun kantoor zou de uitvalsbasis worden voor diverse aan het NDF gelieerde organisaties.

Een paar maanden later, december 1976, arriveert de NDF-leider Jalandoni en zijn vrouw in Nederland. Hun bedje is gespreid. Meerdere NDF-leiders volgen, waaronder de oprichter van de Filippijnse communistische partij, José Maria Sison, en vinden een comfortabele schuilplaats in ons land.

Vanuit Utrecht wordt gelobbyd, niet alleen bij Nederlandse partijen zoals de PvdA en GroenLinks maar ook bij de Europese Unie en het Europese Parlement. Vooral de Europese Europarlementariër Maartje van Putten is een belangrijke lobbyist voor het NDF in Brussel en speelt mee in een schimmig politiek spel vol intriges. Haar rol verdient het om nader onderzocht te worden.

De Filippijnen Groep Nederland weet honderdduizenden guldens Nederlandse subsidie te bemachtigen. In 1988 beleven zij benauwde momenten. Hun relatie met het NDF wordt ter discussie gesteld. De Nederlandse regering is door de Filippijnse regering op het matje geroepen wegens de activiteiten die de FGN en het NDF uitvoeren vanuit Nederland. Vooral voor de gewapende strijd van de opstandelingen. De Nederlandse overheid wordt als het ware gedwongen om de belangrijkste financier van de FGN, de toenmalige Nationale Commissie Ontwikkelingssamenwerking (NCO, het huidige NCDO) op de vingers te tikken. Deze wordt gedwongen om de subsidies aan de FGN te stoppen. Maar de onrust is van korte duur.

De directeur van het NCO, Tom de Waart, blijkt een goede vriend en adviseert de FGN op welke wijze de subsidies opnieuw kunnen worden verkregen. Op zijn aanwijzingen worden de netwerken gewijzigd en zodanig afgedekt dat het verkrijgen van subsidies onverstoord door kan gaan.

Het NDF verhuist naar een ander pand, de FGN blijft waar ze is en richt namens het NDF de "Stichting Samen Wonen" op waarin de belangen van elkanders kapitaal wordt ondergebracht. Eerst zijn Nederlanders de bestuurders van de stichting, nu zijn het Filippina's onder wie de vrouw van Jalandoni en van Sison.

EEN 'HEILIG HART'

De 'priester' Jan Schrama, medeoprichter en huidige voorzitter van de Filippijnen Groep Nederland, is niet alleen een spil in het internationale NDF-werk maar ook penningmeester en fondsenwerver voor de gewapende tak van de opstandelingen. Zijn bankrekeningen bij de Rabo Bank in Heemstede diende als doorgeefluik (de bewijzen zijn de auteur bekend). Het mag ongeloofwaardig klinken maar hij werd fulltime vrijgesteld door de orde waartoe hij behoorde, de Missionarissen van Het Heilig Hart, om zich te wijden aan het Filippijnse solidariteitsnetwerk. Behalve fondsenwerver was hij penningmeester en speelde hij een hoofdrol bij het oprichten van het Europese netwerk van Filippijnse migrantenarbeiders. Dit was voor het NDF een prioriteit. Het migrantennetwerk moest zoveel mogelijk buitenlandse Filippijnse arbeiders zien te winnen voor de opstand. De Wereldraad van Kerken steunde deze activiteiten.

Maar het meest belangrijke was wel de dubbelfunctie van deze man bij de staf van XminY, de club waarvan Jan Pronk voorzitter was en Piet Reckman medeoprichter en adviseur. Het was XminY die er als enige Nederlandse organisatie openlijk voor uit kwam dat zij de opstand in de Filippijnen mee financierde. XminY was ook degene die er zorg voor droeg dat de bankrekening van Jan Schrama rijkelijk gevuld bleef.

HOEZEER EEN RIVIER OOK KRONKELT UITEINDELIJK BEREIKT ZE TOCH DE ZEE.

XminY kwam er voor uit maar ….. de Mede Financieringsorganisaties (MFO's) zoals de NOVIB, ICCO en CEBEMO (huidige Cordaid) zeker niet. Zij kronkelen zich al jaren in allerhande bochten en ontkennen dat via hun kanalen geld terecht komt bij het gewapende verzet. Ook al blijkt -zelfs- uit een overheidsonderzoek dat zij een grote voorkeur aan de dag leggen voor het financieren van gematigde tot extreem linkse organisaties in gebieden waar linkse opstandelingen zeer actief zijn.

ICCO, de protestants-christelijke MFO, spant hierbij de kroon.

Momenteel financiert ICCO met geld van vooral de Nederlandse en Europese overheid projecten in circa zestig landen in Afrika en het Midden-Oosten, in Latijns Amerika en de Cariben, in Azië en de Pacific, in Midden- en Oost-Europa en in Centraal-Azië. In 1964 wordt ICCO opgericht. Negen jaar later heeft zij ruim 17 miljoen gulden tot haar beschikking. In 1976 is dat 40 miljoen. In 1990 meer dan 174 miljoen en in 1999 is dat ruim 196 miljoen guldens. Kostte de organisatie zelf in 1973 nog 416.239 gulden, in 1975 werd dit verdubbeld, in 1976 weer, in 1979 weer en in 1982 kostte de ICCO organisatie ongeveer 6.700.000 gulden. Een kleine bijkomstigheid was dat in datzelfde dit jaar een bedrag van 500.000 gulden werd uitgegeven aan reiskosten. In 1999 zijn alleen al de personeelskosten van ICCO twaalf en een half miljoen gulden.

In 1973 wordt voor het eerst 176.418 gulden uitgegeven aan een project in de Filippijnen. Dit groeit over de jaren uit tot bijna 20 miljoen gulden in 1999. In totaal zijn over deze jaren honderden projecten in de Filippijnen gefinancierd tot een bedrag van bijna honderd miljoen gulden.

Binnen de ICCO-organisatie zitten radicale elementen die directe betrokkenheid met het gewapend verzet niet schuwen. Zo bedient ICCO zich van adviseurs van het links radicale XminY. Twee voorbeelden: medeoprichter en bestuurlid van XminY, Henk van Andel, was voorzitter van een werkgroep die ICCO adviseerde over het te voeren beleid met vertegenwoordigers van partners overzee. Ook de beleidsmedewerker van XminY, Biem Lap, vervulde een belangrijke functie bij ICCO, als staf en afdelingshoofd Azië en Oceanie. Hij was direct verantwoordelijk voor ICCO's activiteiten in de Filippijnen.

1987, een belangrijk jaar. In dit jaar geeft ICCO bijna vierenhalf miljoen gulden uit in de Filippijnen. Het gaat niet goed met de Filippijnse opstandelingen in dit jaar. De toenmalige president(e) Aquino is met overweldigende meerderheid opnieuw als president gekozen. ICCO's partners hebben de verkiezingsslag verloren.

Op sommige plaatsen neemt de bevolking het heft in eigen hand en maakt op hardhandige wijze korte metten met guerrillastrijders. Deze geven zich in groten getale over. Maar het NDF-netwerk gaat door met haar strijd.

Uiteindelijk is voor president Aquino 'de maat vol' en verklaart zij de 'totale oorlog' aan de opstandelingen. Het leger krijgt de vrije hand bij de bestrijding van het NDF. Gebieden, waarin de guerrilla's actief zijn, worden om­singeld en belangrijke opstandelingenleiders worden gearresteerd.  Intussen roept de regering Aquino de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek op het matje en klaagt dat zij wordt gehinderd in het bestrijden van de guerrilla door de steun die deze vanuit Nederland krijgen. Vooral vanuit het NDF‑kantoor in Utrecht van waaruit leiding wordt gegeven aan het verzet.

Van den Broek op zijn beurt beklaagt zich in Den Haag. Het departement Ontwikkelingssamenwerking wordt gedwongen enkele kritisch geluiden te laten horen, onder andere richting ICCO en de Filippijnen Groep Nederland. Cees Oskam, directeur projectenbeleid van ICCO, wordt op pad gestuurd naar de Filippijnen om de zaak te onderzoeken. Hij heeft daar onder andere indringende gesprekken met de reeds eerder genoemde Ed de La Torre en met mantelorganisaties van het NDF. Tijdens zijn bezoek wordt Cees Oskam vergezeld door zijn ex-collega drs Jone Bos. nu chef bij het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, de belangrijkste financier van ICCO. Jone Bos was algemeen directeur bij ICCO toen hij na negen jaar afscheid nam om een nieuwe functie te aanvaarden bij het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Tijdens zijn afscheid werd benadrukt dat "zijn ervaring en deskundigheid aldaar (ministerie) ICCO en de andere medefinancieringsorganisaties ten goede zullen komen." 

Terug naar Cees Oskam. Volgens het verslag van Cees Oskam over zijn reis naar de Filippijnen betekende dit niet "dat er sprake was van een soort gezamenlijke overheids-ICCO-missie." Wat het wel betekende was dat door een dergelijke samenwerking " de recente, nogal ongenuanceerde overheidsuitspraken t.a.v. het medefinancieringsnetwerk op de Filippijnen in een bredere context geplaatst kunnen worden" aldus Cees Oskam. De opdracht van Jone Bos was om zich nader te oriënteren op de relatiepatronen van ICCO, CEBEMO en NOVIB in de Filippijnen. De uitslag van Cees Oskams onderzoek laat zich raden. Ondanks de beschuldigingen was er geen reden aan te nemen dat de ICCO-partners fungeren als dekmantelorganisaties van het gewapende verzet. Maar hij ontkende niet dat er mogelijk persoonlijke relaties bestonden. Een juiste constatering!

Thuis bij ICCO zit zijn collega Biem Lap die vanuit zijn dubbelfunctie bij XminY weet hoe de vork aan de steel steekt.

De intriges krijgen een nieuw hoogtepunt wanneer de beschuldigingen aan blijven houden dat Nederlands overheidsgeld terecht komt bij het gewapende verzet in de Filippijnen.

Nu wordt er wel een officiële gecombineerde ICCO-overheidsmissie op pad gestuurd. De leiding is in handen van…Biem Lap. In augustus 1988 vertrekt de missie naar de Filippijnen.

Er komt een kink in de kabel!

Een deskundig en mogelijk het enige onafhankelijke lid van de missie, dr W. Wolters uit Nijmegen, gooit na enkele dagen het bijltje er bij neer. Hij weigert om mee te werken aan een schijnvertoning. Hij beschuldigt de leider van de missie, Biem Lap, ervan dat deze er alleen maar op uit is om ICCO en haar partners (de opstandelingen) in de Filippijnen schoon te wassen. De waarheid doet er niet toe. Verbijsterd reist Wolters terug naar Nederland. Mondeling brengt hij zijn bezwaar uit bij het ministerie in Den Haag en legt zijn bevindingen vast in een 26 pagina's tellend rapport. Het rapport circuleert in de top van het departement, wordt bestempeld als vertrouwelijk, krijgt verder geen aandacht en verdwijnt vervolgens in een van de vele laden bij de overheid.

Het duurt…..dertien maanden voordat het rapport uitlekt en brede aandacht krijgt in de media. Er ontstaat een schandaal. Mede door scherpe Kamervragen van het VVD-kamerlid Frans Weisglas lukt het de intriganten dit maal niet om de onfrisse affaire te verdoezelen.

De toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, wordt op het matje geroepen. Na enig gedraai kondigt hij aan dat hij, onder leiding van Jos van Gennip, een nieuwe missie naar de Filippijnen zal sturen voor onderzoek. Deze missie moet wederom de vraag aan de orde stellen of Nederlands ontwikkelingsgeld via linkse organisaties naar het gewapend verzet is weggelekt. Voor Pronk 'vragen naar de bekende weg!' Als ex-XminY-er en jarenlange 'fellow' van het Trans National Institute in Amsterdam (waar ook NDF leiders werkten) moet hij de best geïnformeerde politicus zijn binnen het Nederlandse kabinet op dit terrein. Een onderzoeksmissie was eigenlijk niet nodig om de aanhoudende stroom geruchten bevestigd te krijgen. Eén telefoontje naar XminY was genoeg. Maar ja politiek gezien kan dat niet. Trouwens, de XminY coordinator Chris Huinder had het reeds bevestigd in de media: "Ik ben ervan overtuigd dat er geld van medefinancieringsorganisaties (NOVIB, CEBEMO en ICCO) bij groeperingen het NDF en gelieerde verboden organisaties terechtkomt."

ONS KENT ONS

Pronk is niet voor een gat te vangen. Hij formuleert de opdracht aan Van Gennip dusdanig dat de vragenstellers in de Kamer om de tuin worden geleid en de Nederlandse contacten met het Filippijnse verzet niet te veel schade oplopen. Van Gennip krijgt de opdracht om te onderzoeken "welke mogelijkheden en beperkingen Filippijnse NGO's ... hebben in het ontwikkelingsproces, ook over hun poli­tieke positionering, en het interne democratische gehalte." Daarnaast wordt de vraag geformuleerd: "Is er be­wijs, dat Nederlandse hulpgelden zijn aangewend voor wapenaankopen ten gunste van het gewapend, communistisch verzet?" Een juiste vraag. Hier ging het namelijk om. Maar aldus geformuleerd was de missie bij voorbaat tot mislukken gedoemd.

Vanzelfsprekend treft de missie geen bewijsmateriaal voor wapenaankopen met Nederlandse hulpgelden. Alsof het NDF en zijn netwerk de kwitanties netjes bewaard hadden om ze aan vragenstellers als Van Gennip te kunnen tonen. "Hier meneer Van Gennip kijkt u maar, netjes ondertekend door de wapenleveranciers."

Om het verhaal kort te houden, het eindresultaat van die missie was dat er van misbruik van hulpgelden niets is gebleken.

Opmerkelijk is de keuze van Jan Pronk om Jos van Gennip als leider van de missie aan te stellen! Hij was er namelijk, als plaatsvervangend directeur-generaal van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, medeverantwoordelijk voor dat het kritische rapport van prof. Wolters dertien maanden lang opgeborgen bleef! Als toetje vermeldt de commissie-Van Gennip in haar rapport dat het was opgevallen dat velen in de Filippijnen de bereidheid hadden om haar zo goed mogelijk in te lichten.

Naïef of Opzet?

De organisatie waar alles om draaide, ICCO, had voorbereidingen (of voorzorgsmaatregelen) getroffen. ICCO had enkele medewerkers naar de Filippijnen gestuurd om de Filippijnse 'verdachten' terdege voor te lichten over hoe te handelen ten aanzien van de Van Gennip-commissie. "Die introductie, voorzover nodig, is daarbij nuttig geweest" aldus Van Gennip.  Toch loopt ICCO een klein deukje op.

Uit het rapport van Van Gennip wordt duidelijk waar ICCO's voorkeur ligt. Van de 32 organisaties die ICCO in de Filippijnen financiert, is de overgrote meerderheid ultra- en extreem-links.

Hoe was het Indiaans spreekwoord ook alweer: Hoezeer een rivier ook kronkelt, uiteindelijk bereikt ze toch de zee.

SAMEN STERK

De belangen van gevers (overheid) en nemers (hulporganisaties) van subsidies lopen dwars door elkaar. Beide hebben er belang bij dat de werkelijke waarheid niet naar buiten komt. Zij beschermen elkander op ingenieuze en hardnekkige wijze.

Toen ICCO in 1987 voor het eerst op de vingers werd getikt, verscheen in haar jaarverslag over dat jaar de volgende tekst: "Terecht heeft de Nederlandse overheid zich steeds op het standpunt gesteld dat zolang er geen bewijzen zijn er niets aan de hand is." Als twee jaar later na diverse onderzoeken een rel uitbreekt en het VVD-kamerlid Weisglas zijn scherpe vragen stelt aan Jan Pronk tijdens het Kamerdebat, doet Jan Pronk er nog een eens schepje bovenop: "Er zijn geen harde bewijzen maar er blijft altijd twijfel mogelijk als men twijfel wenst."

OP WEG NAAR MORGEN

Is er anno 2000 iets veranderd? Er zijn aanwijzingen genoeg dat dat niet zo is. De Nederlandse en Filippijnse organisaties hebben hun doelstellingen wat aangepast en opereren nu onder andere als een milieunetwerk. Hulpgeld wordt nog steeds omgezet in bloedgeld.

Na zijn functie bij Ontwikkelingssamenwerking is Jone Bos acht jaar ambassadeur met als standplaatsen Khartoum en Addis Abeba. De Nederlandse activisten weten hem te vinden. Nu woont hij weer in Nederland en zit onder andere in het bestuur van "Press Now". Deze organisatie komt op voor de zogenaamde 'vrije media' in de voormalige Oostbloklanden. In dit bestuur wordt hij wederom vergezeld van oude activisten die het gewapende verzet in de derde wereld hebben gesteund.

Dit verhaal staat niet op zich. Sri Lanka en de Tamils; Turkije en de Koerden; Israël en de Palestijnen; Birma en haar opstandelingen, de problemen in Indonesië, Oost-Timor en Papua Nieuw Guinea; de burgeroorlog in Angola, Sudan, Colombia en Kosovo; de opstandige indianen in Mexico; vernielen van onderzeeboten in Schotland; de recente rellen en demonstraties in het Amerikaanse Seatlle, of de komende demonstraties in Praag tegen de Wereldbank… Overal hebben de Nederlandse hulporganisaties een dikke vinger in de pap. Overigens waren de NOVIB en CEBEMO in de Filippijnen ook niet schoon. Zoals reeds eerder vermeld was Henk van Andel (XminY) een bestuurslid van de NOVIB en behoorde Jan Schrama (XminY en Filippijnengroep Nederland) tot de adviesraad van het katholieke CEBEMO.

Peter Siebelt.

 
  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow