De ultieme oplossing: Het van der Laanse luikje
Geschreven door Peter Siebelt   
woensdag 03 december 2008 00:00

Voor velen kwam het als een verassing, de nogal brute wijze waarop Ella Vogelaar als minister van Wonen, Wijken en Integratie door haar partij aan de kant werd gezet. Ook het aantreden van haar al achter de coulissen klaarstaande vervanger, Eberhard van der Laan wekte verbazing. Van hem wordt verwacht dat hij orde en rust zal gaan scheppen in de wanorde van zijn socialistische voorganger, onder meer in de zogenoemde veertig Vogelaarwijken.

Hij moet wel fantastisch zijn, want over zijn aanstelling regende het  complimenten. Volgens onze minister-president Balkenende, kan Van der Laan zich goed vinden in de ambities van het kabinet: “Zijn ervaring en motivaties bieden perspectief voor de toekomst. Met vertrouwen verwelkom ik hem als lid van het kabinet.”

Vice-premier Wouter Bos omschreef Van der Laan als iemand die uitmuntende kwaliteiten heeft om mensen bij elkaar te brengen en te houden, en daarbij verworven vrijheden compromisloos zal verdedigen. De ervaringen van Van der Laan als advocaat en mediator zijn volgens Bos “buitengewoon belangrijk” om alle partijen die betrokken zijn bij de probleemwijken op één lijn te krijgen.

Ook zijn partijgenoot en Amsterdams burgervader Job Cohen kan zijn geluk niet op. Hij vind Van der Laan een ijzersterke vervanger van Vogelaar en kent hem goed: “Hij heeft de afgelopen jaren in Amsterdam ten behoeve van het gemeentebestuur een heleboel dingen gedaan. Vaak ging het om ingewikkelde onderwerpen en zijn bijdrage is altijd van onschatbare waarde geweest.” In een ANP-publicatie van 14 november 2008 denkt Cohen bijvoorbeeld terug aan de tijd toen hij net burgemeester van de hoofdstad was. Van der Laan heeft toen geadviseerd over hoe om te gaan met het krakersbolwerk Vrankrijk. “Hij heeft toen gewerkt naar een compromis.”

Dat klinkt veelbelovend, Van der Laan als een “mediator”, een “perspectief voor de toekomst”,  “buitengewoon belangrijk” en “altijd van onschatbare waarde geweest”. Maar wie is deze man eigenlijk?

Terwijl Eberhard van der Laan namens de gemeente Amsterdam onderhandelde met de krakers van Vrankrijk zat ook een latere medewerker van zijn advocatenkantoor Kennedy Van der Laan aan tafel. Als kraker welteverstaan. Vijf maanden na de onderhandelingen stond hij op de loonlijst van Van der Laan…

Eberhard van der Laan is al dertig jaar lid van de Partij van de Arbeid. In zijn achtjarige bestuursfunctie (1990 – 1998) in de gemeenteraad van Amsterdam was hij de laatste vijf jaar fractievoorzitter van de meest invloedrijke partij van Amsterdam, de PvdA.

Begin jaren negentig richtte hij samen met zijn compagnon het advocatenkantoor Kennedy Van der Laan op (ca. honderd advocaten). Een van de belangrijkste opdrachtgevers van dit kantoor is al jarenlang de Gemeente Amsterdam. Naast zijn werk als advocaat is Van der Laan ook lid van de Raad van Toezicht Publieke Omroep.

Begin 2008 stonden nog acht boomdeskundigen aan zijn bureau, om een conflict uit te vechten over de door dikrandtonderzwam aangetaste kastanje waar Anne Frank vanuit het Achterhuis op uitkeek. Van der Laan was als mediator ingehuurd om de voor- en tegenstanders van omkappen uit hun loopgraven te trekken. Met succes. De boom kreeg een stut.

Een ander wapenfeit is het door Cohen aangehaalde compromis dat Van der Laan voor elkaar kreeg rondom de perikelen van het krakersbolwerk Vrankrijk in de Amsterdamse Spuistraat. Bij dit laatste zo door Cohen ‘bejubelde’ maar dubieuze wapenfeit komen enkele vragen bovendrijven: Voor wie is Van der Laan van onschatbare waarde geweest? Voor de PvdA? Voor de terroristen die het krakersbolwerk Vrankrijk beheren? Voor zijn eigen advocatenkantoor? Wie heeft hem voor dit compromis betaald? Kunnen we van hem in zijn huidige positie als minister van Wonen, Wijken en Integratie eenzelfde soort compromis verwachten?

Leest u even mee en oordeel zelf over de onschatbare waarde van deze mediator en het mogelijke toekomstperspectief voor de veertig zogenoemde Vogelaarwijken in Nederland.

Het is januari 2001. O, o, wat de toenmalige Amsterdamse burgemeester Schelto Patijn er niet voor over gehad om vlak voor zijn afscheid de geschiedenis in te gaan als de burgervader die het had klaargespeeld om na 18 jaar gedogen toch iets te regelen om het café op de begane grond van het krakersbolwerk Vrankrijk te legaliseren. Daarmee zou het café de status krijgen als iedere andere horecagelegenheid. Maar de krakers werkten niet mee, ze zagen Vrankrijk niet als zomaar een café maar een politiek en cultureel centrum. En omdat het niet in hun aard lag, had de bargroep die het café exploiteerde het nooit nodig gevonden om hiervoor de nodige vergunningen aan te vragen. Laat staan om überhaupt aan de daarvoor gestelde eisen te voldoen. Vooral het idee dat de politie te allen tijde kon controleren – wat van toepassing was voor de tientallen restaurants en cafés om hen heen – was voor hen onacceptabel.

Al twee jaar lang deed de gemeente verwoede pogingen om de krakers over de streep te halen. Het mocht niet baten. Ze hielden voet bij stuk: Géén politie over de vloer.

Intussen werden de protesten vanuit de Amsterdamse horeca – en ook uit politiekringen – steeds heviger. Het café met bijbehorende disco was de omliggende horeca-exploitanten een doorn in het oog. Terwijl zij aan een waslijst van voorwaarden moesten voldoen om voor een vergunning in aanmerking te komen, was Vrankrijk in het kader van het gemeentelijk gedoogbeleid overal van vrijgesteld. Overheidsdienaars was het zelfs door de Amsterdamse politiek verboden om hun taak uit te voeren. Intussen kregen de tientallen cafés en restaurants in de omgeving bijna dagelijks controleurs over de vloer terwijl er schielijk aan de deur van Vrankrijk werd voorbijgegaan. Het horecawezen pikte dit niet langer en dreigde naar de rechter te stappen.

Noodgedwongen kwam de gemeente in beweging. Patijn regelde zelf een afspraak met de krakers in een uiterste poging de kwestie alsnog te regelen.

Mispoes, de deur van Vrankrijk bleef letterlijk en figuurlijk voor hem gesloten. “Want als je principieel politie de toegang weigert, ontvang je De Baas toch niet?” (Het Parool van 25 november 2000).

Daar stond hij dan, de Amsterdamse burgervader, met lege handen, hoofdschuddend en mompelend naast zijn dienstauto: “Oh, wat stom. Ik kwam zaken doen. (…) Wat een klunzen, ongelooflijk.” Patijn was boos, hij dreigde met sluiting van het pand en stuurde Vrankrijk een brief. Hierin kondigde hij aan dat er bestuurlijke maatregelen zouden volgen indien de krakers niet alsnog een vergunning voor het café zouden aanvragen.

De krakers raakten er niet van onder de indruk. Met Patijn zouden ze er toch nooit uit komen, want politie over de drempel bleef een taboe. “Als we ons in regels laten verpakken, verliest Vrankrijk zijn aard als vrijgevochten, autonome vrijplaats en vertrutten we (…) Meneer wil dolgraag de geschiedenis in als de-eerste-burgemeester-die-Vrankrijk-betrad. Dat krijgt ie mooi niet op zijn record (…). Zag je hem kinderachtig stampvoeten?”, aldus de Vrankrijkers (Het Parool 25 november 2000). Feitelijk waren de gesprekken hiermee afgelopen.

Op 18 december 2000 verstreek de deadline die Patijn had gesteld. En wat gebeurde er? Niets, helemaal niets. Patijn vertrok en liet het probleem achter voor zijn opvolger en partijgenoot, Job Cohen.

Al snel bleek burgemeester Cohen een streepje voor te hebben op Patijn.

‘VRANKRIJK BIEDT DE OPLOSSING!’
Met deze kreet als kop stuurden de krakers op 16 januari een open brief aan Cohen. In de open brief zinspeelden ze erop dat de nieuwe burgemeester meer voor rede vatbaar was dan zijn voorganger. In Cohen hadden ze vertrouwen en daarom deden ze een voorstel om in een gesprek aan de orde te stellen dat het ‘Politiek Cultureel centrum Vrankrijk’ wilde voldoen aan de brandweereisen, de hygiëne-eisen en aan de milieueisen.

Ondanks het niet noemen van de gebruikelijke politiecontrole pakte Cohen de toegeworpen handschoen welwillend op en liet begin januari 2001 weten bereid te zijn om het gesprek met hen aan te gaan. Waarschijnlijk vreesde hij anders dat hij de mobiele eenheid op de krakers moest afsturen en daar had hij als nieuwe burgemeester helemaal geen zin in. Tevens wilde hij niet net als Patijn in zijn hemd komen te staan en daarom schakelde hij iemand anders in om als bemiddelaar het Vrankrijkse varkentje te wassen. Binnen zijn partij wist hij zich verzekerd van de juiste man: Eberhard van der Laan.

Voor Van der Laan was het onderhandelen met krakers gesneden koek. Daarmee was hij namelijk in de jaren tachtig zijn politieke carrière begonnen, als politiek adviseur van de Amsterdamse wethouder Jan Schaefer – de wethouder die begin jaren tachtig op grote schaal met gemeenschapsgeld kraakpanden opkocht om zo veldslagen met de ME te voorkomen. Voor de krakers een lucratieve oplossing omdat de meeste van hen in de panden mochten blijven wonen.

Van der Laan was ook voor de krakers acceptabel omdat hij in zijn jarenlange bestuursfunctie in de gemeenteraad van Amsterdam hen het leven niet echt zuur had gemaakt. Hij was, gezien zijn invloedrijke positie, in belangrijke mate medeverantwoordelijk voor het schandalige gedoogbeleid van de gemeenteraad ten aanzien van de kraakbolwerken in de stad, waaronder Vrankrijk. Van der Laan was dus voor beide partijen de juiste mediator om de onderhandelingen over het legaliseren van het krakercafé voort te zetten. Of liever gezegd: hij was méér dan acceptabel omdat er bij hem nog een addertje onder het gras zat. Maar daarover later meer.

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow
  • Slideshow